Op 16 januari 1647 komt Hanksen in Minden aan, na in december 1646 in Osnabrück opgetreden te hebben (1). Een dichter uit de buurt zegt teleurgesteld dat hij de olifant in Minden niet heeft kunnen zien. Die olifant kon schieten, vechten, dansen en andere zaken (2). De ongedateerde dichtbundel verscheen onder het pseudoniem Jacobus Luttendutus en de dichter wordt geïdentificeerd met Anton Rulmann (1590-1652) uit Bückeburg, een plaats niet ver van Minden.
1) Een exemplaar van de “Schreibkalender” die door Martin Horky in Nürnberg werd uitgegeven, bevat bij 6/16 januari 1647 de notitie ”Ist alhie ein Elefant gebracht“. Onbekend is wie deze notitie heeft geschreven. Stralsund, Stadtarchiv, E 4° 728b. De onbekende staat in het onderzoeksproject “Der frühneuzeitliche Schreibkalender und seine handschriftlichen Einträge” te boek als “N.N. Hand 95”. Uit een notitie van dezelfde hand uit de schrijfkalender van 1646 blijkt dat hij in Minden woonde.
2)
Und late ick den Danck, so groet, in minem Sinne gaen
Alse de Elephante iß, so nu to Minden fret de Stuten,
Und (wo ick höre) mit der langen starcken Schnuten,
Veel dulle und seltzen Uptöge schall maken,
Mit scheten, fechten, dantzen und andern Saken.
Twar dat Deerte und sine Geberden,
Hedde ick gern gesehn, went my mögen werden;
Averst darna to gaen dat fel my ungelegen.
Uit: Jacobus Luttendutus (pseudoniem voor Anton Rulmann uit Bückeburg), Niederdeutsche Klinggedichte, ca. 1650. Opnieuw uitgegeven door Albert Leitsmann onder de titel Niederdeutsche Klinggedichte. Abdruck der original-ausgabe (etwa 1650), Halle (Saale) 1928, p. 54 (citaat). Met dank aan Martin Rohlf uit Wolfenbüttel.
