1643, 30 april. Delft (Cornelis van Groenevelt is getuige bij de doop van zijn neefje)

Cornelis van Groenevelt is in Delft getuige bij de doop van zijn neefje Cornelius, die kennelijk naar hem vernoemd werd. Het gaat om de zoon van Maria Sasbout en Paulus Rijmers. De moeder is de vier jaar oudere zuster van Wilhelmina Sasbout, de echtgenote van Cornelis van Groenevelt. De vader van beide zusters, de Amsterdamse chirurg Sasbout Cornelisz. Souburgh (1597-1653), is een van de getuigen (1). Anderhalf jaar eerder, op 26 december 1641, was Wilhelmina getuige bij de doop van Maria’s dochter Sara (2). Nadat Hansken in Florence overleed, keerde Van Groenevelt weer terug naar Holland. In april 1656 blijkt dat Maria Sasbout financiële zaken voor hem had behartigd. Uit het testament van beide ouders blijkt dat Cornelius in 1674 is overleden. Een zekere Elisabet was toen zwanger van hem (3).

1) Delft, DTB. Doopboek Evangelisch-Lutherse Gemeente (Verwersdijk/Noordeinde), 1617-1758. Archiefnummer 0014, inv.nr. 00104, p. 11 (“den 30 April Cornelius Vader Paulus Reyners Getuygen Sasbout Souburgh, Cornelis Groenevelt, Josyna van Heusden, Catharina van ’s Heerenbergh”). Met dank aan Marten Jan Bok. Josyna van Heusden was de moeder van Sara van Heusden, dus de oma van Cornelius. Catharina van ’s Heerenberg was de vrouw van Jacob Brouwer, koorddanser in Den Haag (zie notariële acte Den Haag, inv. 128, fol. 107 dd 11 sept. 1655, testament van Hendrick van ‘s Heerenbergh: “Catharina van ’s Heerenberch zijne moeye, huysvrouwe van Mr. Jacob Brouwer”).

2) DTB Delft, inv.nr. 00104, Doopboek Evangelisch-Lutherse Gemeente, p. 10. Getuigen bij de doop van Sara zijn “Hermannus Meyer, Sara, Willemyntien Sasbout”. De tweede getuige is Harmen Meijer, echtgenoot van Sofia Sasbout, eveneens een oudere zus van Willemina, en “Sara”, ongetwijfeld hun (schoon)moeder Sara Cornelisdr. van Heusden, naar wie het kind genoemd werd. Met dank aan Marten Jan Bok.

3) [f. 578r] In den name ons Heeren Amen, kennelicken zij all, ende den ijgelicken, die dit openbaar instrument sullen sien ofte horen lesen, dat inden jaere ons liefts Heren jesu Christi XVI C vier ende seventigt voor mijn Jacob Spoors openbaar not[ari]s, bijden Ed. Hove van Holl[an]dt totten excritie vandien geadmitteert binnen der stad Delft residerende in tegenwoordigeheid vander ondergeschr. Getuigen, gecompareert ende verschenen zijn, den eersamen Paulus Rhemders, ende d’eerbare maria Sasbout van Souburgh, , ge echte luijden woonende binnen deser stadt, mijn notario seer wel bekent, belofende beide kloeick  ende gesonth van lichamen, gaande ende staande, hunne verstand memorie ende  .. seer wel hebbende ende volkomentlicken gebruickende, soo het uijtereicken schoon ende bleeck te kennen gevende dat zij waren aan mackander de koutgen vandes mouschra.. de selver .. van de dood ende de s.. heid vander tijd ende d’uijre vandien, daar omme in tijdts voor .. te zijnen, ter disponeren van hunne tijdlicke goord.. hunluide van Godt almaghtich .. ende dat in forma voggen ende mannen hur naer verclaart, eerstelick bew.. hunne zielen ende barmhartigheden Goddts, ende hunne dode lichaam de begrafenisse der aarden, ende komende beijders tote voorsch. Dispositie van hunne goederen soo verclaarden zij testateuren [in marge: den eerste de den langstlevenden hun beiden als ende wed…] geinstitueert te hebben tot hunne eenige ende universelen erffgenaam, in alle hunne natekorte roerende ende onroerende goederen [scan 568, fol. 678v en 679r] Van alle anderen ende specialick den weeskamer deser stad toffe anders wiegt [?] soude mogen wesen ende specialen mede alle alsulcken weesmeesters schoudt ofte gereghten daar het sterfthuijs soude mogen komen te vallen, prohiberende alle d’selve ende elck van hun in’t bysonder met haren vordel ende onmondige erftgenamen te bemoeijen, alle ’t welcke voorts is, zij testateurs xx ende wettelicken aanhanden mijns notario stipuleerden te wesen hunne testament ende laatsten wille, willende ende begre..de dat het in alle zijne

Aldus gedaan ende verleden binnen Delft ter presentie van maas van Anckere ende Heindrick van Anckeren beide als getuijgen van geloff neffens mijn notario hier toe gerequireert ter dage maande als voren

[ondertekend naast getuigen en notaris:] Paulus Rinners[?] Maria Soubuch]