Hansken gaf Haagse armen te eten

Historicus Jurjen Vis vond nieuwe bronnen over Hansken en gaf de olifant een prominente plek in zijn boek Diaconie, vijf eeuwen armenzorg in Den Haag, dat in 2017 bij uitgeverij Boom verscheen.  Met Hansken werd geld verdiend. Stadhouder Frederik Hendrik had de olifant naar Holland laten komen. Na aankomst in Amsterdam in 1633 kwamen veel mensen kijken. Het geld dat daarmee opgehaald werd, was voor de armenzorg. Niet lang na de aankomst werd Hansken naar Rijswijk gebracht. Ze verbleef in een stal bij het paleis van Frederik Hendrik. Ook hier werd gecollecteerd voor de armen. De opbrengsten werden nu verdeeld onder drie hervormde diaconieën (Den Haag, Rijswijk en Scheveningen) en de Franse kerk. “Voor het bedrag dat met Hansken was verdiend, konden de vier diaconieën 2800 armen eenmalig tien stuivers uitkeren (in die tijd gelijk aan de prijs van vijf broden)”.  Vis schrijft echter ook dat het eerste jaar het meeste werd opgehaald en dat de inkomsten daarna terugliepen. Na een tijdje was het nieuwtje er vanaf en kwamen steeds minder mensen kijken. Nadat Frederik Hendrik de olifant van de hand deed, duurde het tot 1648 voor Hansken weer in Den Haag te zien was. Maar toen hadden de armen het nakijken en werd alleen de zak van de eigenaar gevuld.