Mol, 2 maart. 1648

De Latijnse school van Mol betaalt de meester van de olifant 2 gulden en 10 stuivers voor het zien van de olifant, toen die het dorp passeerde (1). In Wageningen werd 12 stuivers betaald en in Den Bosch 5 gulden. De olifant is vier dagen later in het circa tachtig kilometer verder gelegen Maastricht. Er moeten dagmarsen gemaakt zijn van tussen de 20 en 25 kilometer.

1) “Den 2en [meert] Passeerde hier de Eliphant, aen[de] schole doen sien den selven aen[den] m[eeste]r gegeven – 2 – 10”

Gemeentearchief Mol, Oud archief Voogdij Mol, Balen en Dessel (15de-18de eeuw), nr. 67 (rekeningen van de voogdij 1648), f. 65r. Archiefvondst van Eddy Put.

Literatuur: E. Put, De cleijne schoolen. Het volksonderwijs in het hertogdom Brabant tussen Katholieke Reformatie en Verlichting (einde 16de eeuw – 1795), Leuven 1990, p. 257: “In Mol werden op een mooie dag in 1648 de lessen geschorst omdat er een olifant (een kermisattractie?) door het dorp passeerde. Schoolmeesters en kinderen lieten die gelegenheid vanzelfsprekend niet voorbijgaan en gingen het vreemde dier bewonderen.”

Elephant Hansken Mol

Archiefvermelding in Mol. Foto Sandra Verhoof, Dienst Erfgoed Mol.