1652, juni. Nürnberg

In februari 1652 is Hansken nog in Basel, Zwitserland. Vandaar is het dier via Schweinfurt naar Nürnberg gekomen, waar het in juni optreedt in het Fechthaus. Op deze plaats was in 1629 ook al een olifant te zien geweest. De eigenaar van een exemplaar van Gesners’ beroemde Thierbuch uit 1606 maakte in dat boek een tekening van deze eerdere olifant en noteerde daar later bij dat er in juni 1652 opnieuw een olifant in het Fechthaus te zien was (1). De in het boek geschreven handschriftelijke aantekening volgt bijna letterlijk de tekst van een ongedateerde houtsnede (Faust 664.1) waarop Hansken met zwaard in de slurf is afgebeeld en die meedeelt dat Hansken die dag na de vesper speelt. Van die houtsnede berust een exemplaar in het Stadtmuseum Nürnberg, Graphische Sammlung, Schaustellerblätter.

Er werd door de eigenaar veel reclame gemaakt om toeschouwers te verleiden naar de olifant te komen kijken. Er zijn twee prenten bekend. De eerste, de al genoemde houtsnede, is ongedateerd, maar vermeldt wel het Fechthaus (Faust 664.1). De tweede is wel gedateerd (1652; Faust 664.2), maar zonder nadere plaatsaanduiding, Deze tweede reclameprent zal ongetwijfeld dus ook zijn gebruikt voor andere plaatsen die in 1652 werden aangedaan. In een Nürnbergse kroniek wordt een houtsnede bewaard, maar onduidelijk is om welke van de twee het gaat (2).

In het stadhuis van Nürnberg was een levensgrote afbeelding van een olifant aangebracht, niet van Hansken, zoals sommige oude berichten veronderstellen, maar van de mannetjesolifant uit 1629 (3). Op de binnenmuur van het Fechthaus in Nürnberg waren twee grote afbeeldingen van olifanten te zien; de olifant van 1629 en die van 1652. Deze afbeeldingen waren voorzien van de jaartallen 1629 en 1652. Op onder andere een gravure van Samuel Mikoviny zijn beide afbeeldingen te herkennen (4).

1) “Anno 1652 im Monat Junj ist wieder ein Elephand alhier in das fechthauss gebracht und mit grosser Bewunderung mit allerlej exercitien gesehen worden, als sein Pistole abschiessen, fahnen schwingen, trommel schlagen, mit dem Degen fechten, auf dreyerley manier Hut abziehen und wieder aufsetzen, reverenz machen und Volck mit neigung der fürsten empfangen, sich under zulegen und wieder auf zu stehen, dem 36 undschiedlich stücken gewesen.”

Notitie over Hansken in exemplaar van Gesners Thierbuch. Foto Dr. Jörn Günther Antiquariat Basel

Notitie over Hansken in exemplaar van Gesners Thierbuch onder een pentekening van de olifant die Nürnberg in 1629 bezocht. Foto Dr. Jörn Günther Antiquariat Basel

Manuscriptnotitie in een exemplaar van het Thierbuch van Gesner uit 1606, dat in 1999 werd aangeboden door het antiquariaat Frank Deutike en welke aantekening door Ingrid Faust is afgebeeld (I. Faust, Zoologische Einblattdrucke und Flugschriften vor 1800, 2, Stuttgart 2002, nr. 653.1, p. 298 en afgebeeld op p. 300). Het exemplaar werd in 2004 aangeboden op de TEFAF in Maastricht door Dr. Jörn Günther Antiquariat te Hamburg, zie Rare Book Review, vol. 31, nr. 3, p. 18.

2) StAN Rst. Nürnberg, Handschriften 163 Nürnberger Chronik, 1480-1669. Verfasser ungenannt., Bl. 210-212: Illustrierte Ankündigungs- u. -einladungszettel zu Schaustellungen im Fechthaus und Marstall (Elephant 1652, Fagotin oder Comimon 1652, Löwe künstliche Bilder 1663).

3) “Wenn man in die obere Galerie [van het Rathhaus] hinaussteigt, erblickt man einen in Lebensgrösse gemalten Elephanten, welcher 1652 im Junius im Fechthause alhier zu sehen war. Man hat auch einen Holtzschnnitt davon.“ Uit: Chr. G. von Murr, Beschreibung der vornehmsten Merwürdigkeiten in der Reichsstadt Nürnberg, Nürnberg 1801, p. 361. “Im Treppenhaus zu den oberen Räumen hatte man die lebensgroße Abbildung eines Elefanten angebracht, der angeblich im Jahre 1652 im hiesigen Fechthause gezeigt wurde.” In: Mitteilungen des Vereins für Geschichte der Stadt Nürnnberg 40 (1949), p. 187.

Het gaat echter niet om Hansken, maar om de mannetjesolifant uit 1629. Chr. G. Müller, Verzeichniss von nürnbergischen topographisch-historischen Kupferstichen und Holzschnitten, Nürnberg 1791, p. 178 beschrijft namelijk een gravure “Der abgemessene Elephant. Dieser Elephant ist in Nürnberg Ao. 16 gewesen, u. in Lebens Grösse auf dem Nürnb. Rathhaus zu sehen &c. O. Conspecto Elephante – moveri. Med. 4. Aus dem Homännischen Natur und Kunst Atlas.” Hij voegt daaraan toe dat “Auf dem Rathhaus an der Wand des Standplatzes der breiten Treppe, die gegen dem Losung-Amt über zur zwoten Etage hinauf führet, ist dieser Elephant in Lebengrosse gemalt zu sehen.” Een exemplaar van deze gravure, die 15,8 x 20,2 cm meet, wordt in Straatsburg bewaard (BNU, inv.nr. NUR.K.IV.107). Uit de beschrijving van het opschrift blijkt het precieze jaartal, dat bij Müller niet ingevuld is: “Dieser Elephant ist in Nürnberg AÊ 1629 gewesen u. in Lebens Grösse auf dem Nürnb. Rath-Haus zu sehen…” en laat een olifant met een dompteur zien met op de achtergrond duinen en palmen. De gravure zou voorkomen in het zesde deel van de Atlas geographicus major van (de erven) J.B. Homann, dat over natuur en kunst handelt.

4) “Spätere Kupferstiche zeigen an der Eingangsseite des Unterbaus [van het Fechthaus] zwei lebensgrosse Abbildungen von Elefanten, die mit den Jahreszahlen 1629 und 1652 versehen waren”. Uit: P. Markus, Reichsstadt und Schauspiel: theatrale Kunst im Nürnberg des 17. Jahrhunderts, Tübingen 2002, p. 46. De gravure van Samuel Mikoviny voorstellende “Das fecht Hauss”, komt voor in: Kleidungsarten und Prospecten zu Nürnberg, uit ca. 1720. De achterste olifant is Hansken, want op een gravure uit circa 1629 met de titel “Das Fecht-Haus allwo die Fecht-Schulen und andere Schauspiele gehalten werden” is alleen de voorste olifant te zien.