1651, [begin juli]. Ulm

Hansken is niet lang na 14 juni in Ulm (1). Op 27 mei was Hansken in Ranshofen en tussen 29 mei en 31 juli in Regensburg. In juli 1651 is de olifant in Sankt Gallen. In Ulm heeft Van Groenevelt met de autoriteiten te maken. Hij mag drie dagen lang zijn olifant vertonen, maar niet gedurende de zondagsdienst. Ook moet hij akkoord gaan met een toegangsprijs van 3 Kreuzer per persoon, zo niet dan moet hij zijn weg vervolgen (2). In de Stadtbibliothek Ulm worden een exemplaar van de anonieme reclameprent met de naam Hansken én een exemplaar van de 1651 gedateerde houtdruk bewaard.

1) “Am 14 Juni [1651] ist ein Mann hiehergekommen mit einem Strauss, einem Pelikan und einem Fabian (Bavian?). Bald nachher kam einer mit einem Elefanten, der 20 Buben auf sich reiten liess und allerlei Kunststück machte (G.) Am 23. Juni ist das Weib des Seelvatters (Kranten- hausvater) und Schulmeisters im Findelhaus, Haas, mit dem Schwert hingerichtet worden, weil sie Bett, Kupfer und Weisszeug aus dem Haus verkauft hat.“ Uit: D.A. Schultes, E. Schöttle, Chronik von Ulm von den Zeiten karls des Grossen bis auf die Gegenwart, Ulm 1915, p. 224, (“G” verwijst naar “Chronik von Geiger, Pfarrer am Münster”). De mededeling is echter niet teruggevonden in de kroniek van David Geiger (“Ulmische Chronic oder Beschreibung der Stadt Ulm” – StadtA Ulm, G1 1768, p. 181-185, noch in de kopie van Geigers “Ulmische Cronica von anno 600 bis auf unsere Zeiten abgeschrieben und zusammengetragen” – StadtA Ulm, G1 1783/1, p. 228-2237. Vriendelijke mededeling Dr. Gudrun Litz, Stadtarchiv Ulm.

2) [In marge: Elephant] “Dem frembden Mann würdt vergonnt, seinen hieher gebrachten Elephanten heüt, morg[en] und künfftigen Montag, aber under keine[?] wehrenden Predig[t], sehen zulassen, und von[?] einer Person mehreres nit, alst drey kr[euzer] zunemmen, oder, da er damit nit content sein wollte, seines weges wieder fort zuziehen.” StadtA Ulm, A 3530, vol. 101 (1651 [4 juli]), fol. 389. Met dank aan Dr. Gudrun Litz voor de foto en Dr. Stephan Oettermann voo zijn hulp bij de transcriptie. “Heute” heeft vermoedelijk betrekking op een zaterdag (1, 8 en 15 juli waren zaterdagen).