1637. [Amsterdam]

Rembrandt van Rijn (1606-1669) maakt in 1637 een van zijn mooiste krijttekeningen, die van een jonge olifant. Hij woont in dat jaar in Amsterdam aan de Binnen Amstel. Of hij de olifant ook werkelijk in Amsterdam gezien heeft, is wel heel waarschijnlijk, maar niet gedocumenteerd. Duidelijk is dat de eigenaar zijn route zo plande dat hij op kermissen of jaarmarkten de olifant voor geld liet zien. In Amsterdam was de kermis altijd in september op de Botermarkt (het huidige Rembrandtplein), vlak bij waar Rembrandt woonde. Rembrandt zag de olifant en maakte van de gelegenheid gebruik om haar te tekenen. Een andere tekening van Rembrandt is ongedateerd en niet gesigneerd. Ook daarop is een nog jonge olifant te zien, ditmaal met drie mensen. Die tekening zal ook omstreeks deze tijd gemaakt zijn. 

Elephant Hansken Albertina

Olifant (de olifant Hansken), 1637. Wenen, Albertina

Uit 1638 dateert Rembrandts ets van Adam en Eva. Op deze ets staat op de achtergrond een Indische olifant afgebeeld met een vooruitstekende slurf. Elders op deze site staat een overzicht van alle olifant-afbeeldingen van Rembrandt.

Rembrandt legt in de ets misschien het verband tussen het christelijke paradijs en wat de mensen zelf hebben meegemaakt; een olifant die met een slurf iemand aanwijst. Een aanwijzing daarvoor is dat de Amsterdamse schrijver en dichter Joost van den Vondel (1587-1679) de olifant Hansken in Amsterdam in dezelfde tijd gezien moet hebben als dat Rembrandt het dier tekende. Vondel schrijft in 1637 voor de opening van de Amsterdamse Schouwburg in januari 1638 zijn beroemd geworden Gijsbrecht van Aemstel.

Vondels Gysbreght-1

Daarin maakt hij in regel 1304 een toespeling op een van de opzienbarende stunts van Hansken. Als Gijsbrecht, die zich uit het strijdgewoel heeft losgemaakt en naar zijn burcht aan het IJ terug gevlucht is, op het toneel beschrijft hoe Klaas van Kieten in het gevecht te keer ging, met kop en schouders boven alle mensen uitstekend, maakt hij daarbij de vergelijking: “En [hij] scheen een olyfant, die omsnoft met zijn’ snuit”. Aan iedereen in de toneelzaal zal direct duidelijk zijn geweest wat dit betekent. Het gaat erom als zou de olifant, rondsnuffelend met zijn slurf, dieven of anderszins schuldigen kunnen opsporen en in het publiek kunnen aanwijzen. Dát kunstje is weer door anderen  beschreven.